top of page
  • Pimento

Zo schakel je jongeren in: participatierollen

Bijgewerkt op: 18 jan.

Bepaal met de participatietrap welke rol geschikt is



De participatietrap is een schema dat verschillende vormen van (jongeren)participatie weergeeft. Alle rollen zijn vormen van participatie. De participatietrap helpt je om te bepalen welke rol jongeren kunnen of mogen nemen binnen een bepaald project.


Op de x-as zie je de invloed van jongeren op het eindproduct, op de y-as de invloed van de organisatie op het eindproduct. Hoe meer invloed je als organisatie wil hebben op het eindproduct, hoe kleiner het aandeel van de jongeren. En omgekeerd. Hoe meer naar rechts, hoe meer dialoog en inbreng van jongeren. Deze intensievere rollen vergen meer ondersteuning en openheid van de organisatie.


Bedenk voor jezelf welke rol realistisch is op vlak van o.a. middelen en engagement (link naar knoster). Leg de rol(len) van jongeren – eventueel samen met hen - vooraf vast. Zo weten zowel jij als zij waar ze zich aan mogen verwachten.



De 6 rollen: van vrijblijvende mening tot volledig mandaat


De participatietrap bestaat uit zes participatierollen. De informant en adviseur hebben een bevragende rol. (doorkliklink naar artikel 1 bevragen – activeren) De co-producent, (mede)beslisser en organisator hebben een activerende rol. De geïnformeerde is een vreemde eend in de bijt en valt onder geen van beide, maar is wel ontzettend belangrijk. De start van goede participatie is namelijk communicatie.


Handig om te weten! De participatierollen worden erg rechtlijnig voorgesteld. In de praktijk lopen rollen door elkaar of kunnen er in éénzelfde project meerdere niveaus zijn. De rollen zijn er om een houvast te bieden en je uit te dagen om vooraf na te denken over de gepaste rol. Pin je vooral niet vast op de terminologie.


1. GEÏNFORMEERDE


Jongeren die de rol van geïnformeerde krijgen, geven zelf geen input. Ze maken geen ‘actief’ deel uit van het project, maar worden wél betrokken doordat ze grondig en op maat geïnformeerd worden over beslissingen die hen aanbelangen.

  • De jongeren worden betrokken doordat ze op de hoogte worden gehouden

  • De organisatie communiceert over gemaakte beslissingen

  • De communicatie is specifiek gericht naar en op maat van jongeren

  • De jongere heeft geen rechtstreekse inspraak

Voorbeeld: De raad van bestuur van een jeugdwerkorganisatie, bestaande uit volwassen vrijwilligers, ontwerpt plannen voor een nieuwe buitenruimte. Via een filmpje op sociale media specifiek gericht naar jongeren informeren ze over de genomen beslissingen.


2. INFORMANT


Als je jongeren de rol van informant geeft, heb je als organisatie een grote invloed op het eindproduct. Je raadpleegt jongeren door vrijblijvend hun mening te vragen, maar bepaalt nog steeds zelf wat je met deze input doet.

  • De jongere wordt bevraagd en geeft vrijblijvend informatie of input

  • De organisatie beslist wat er met die info gebeurt

  • De organisatie heeft weinig verantwoordingsplicht

Voorbeeld: De raad van bestuur van een jeugdwerkorganisatie, bestaande uit volwassen vrijwilligers, ontwerpt plannen voor een nieuwe buitenruimte. Via een vrijblijvende bevraging op sociale media verzamelen ze informatie (vb. “Waarom hang jij rond op het pleintje?”, “Wat vind jij niet fijn aan het pleintje?”).

3. ADVISEUR


Jongeren die de rol van adviseur krijgen, worden gevraagd om hun mening en ideeën te geven. Dit advies wordt mogelijks gebruikt om het eindproduct vorm te geven. Als organisatie houd je écht rekening met de jongeren. Je bent verplicht een antwoord te geven en te motiveren waarom je het advies al dan niet opvolgt.

  • De jongere wordt bevraagd en geeft (structureel of eenmalig) input, advies of ideeën

  • De organisatie beslist wat er met die info gebeurt

  • De organisatie heeft verantwoordingsplicht en koppelt terug over de gemaakte beslissingen.

Voorbeeld: De leden van de raad van bestuur stellen een enquête op rond de invulling van de nieuwe buitenruimte die ze laten afnemen in de lokale verenigingen en middelbare scholen. Achteraf krijgen de deelnemers een terugkoppeling over de belangrijkste tendensen van de bevraging en welke zaken al dan niet worden meegenomen in de plannen.

4. CO-PRODUCENT


Als co-producent hebben jongeren een actieve rol en worden ze aan het werk gezet. De co-producent werkt mee aan het project en wordt als volwaardige partner gezien. De uiteindelijke eindverantwoordelijkheid ligt wel nog bij de organisatie.

  • De jongere neemt actief deel en is een samenwerkingspartner

  • De jongere zit mee rond de tafel en draagt problemen/noden aan, formuleert oplossingen en werkt ideeën uit

  • De organisatie neemt de input serieus en neemt deze mee in de uiteindelijke besluitvorming

  • De eindverantwoordelijkheid ligt bij de organisatie

Voorbeeld: De raad van bestuur richt een werkgroep op voor het vormgeven van de nieuwe buitenruimte. Enkele jongeren zetelen mee in de werkgroep om na te denken over de concrete invulling van het plein. De raad van bestuur bepaalt telkens de agenda van de samenkomsten.

5. (MEDE)BESLISSER


Jongeren hebben als (mede)beslisser verantwoordelijkheid en mandaat om over (delen van) het project te beslissen. Ze hakken knopen door en hebben binnen de projectgrenzen de volledige vrijheid.

  • De jongere heeft beslissingsrecht en verantwoordelijkheid over (een deel van) het project

  • De organisatie heeft een ondersteunende en coachende rol

  • De jongere voert niet noodzakelijk ook het volledige project zelf uit

Voorbeeld: Een groepje jongeren krijgt het mandaat om de buitenruimte vorm te geven. Nadat de jongeren op de hoogte zijn gebracht over de randvoorwaarden en het budget, bepalen zij volledig zelf de invulling van het plein. Van skateplein tot chillplek. Er is veel mogelijk.

6. ORGANISATOR


Als organisator hebben de jongeren naast het mandaat over de beslissingen, ook de uitvoering van (een deel van) het project in eigen handen. Ze gaan zelf aan de slag met de door hen gemaakte beslissingen.

  • De jongeren hebben zowel de beslissingen als de uitvoering in handen

  • De jongeren hebben eindverantwoordelijkheid over (een deel van) het project

  • De jongere heeft ook een uitvoerende en organisatorische rol

  • De organisatie heeft een ondersteunende en coachende rol

Voorbeeld: Jongeren mogen helemaal zelf de buitenruimte vormgeven. Ze weten wat het budget, de criteria en de deadline zijn. Daarbinnen mogen ze alles zelf beslissen. Ze versturen zelf de offertes voor de skateramp en ontwerpen zelf de bijhorende graffitimuur. Ze kunnen terecht bij de raad van bestuur voor ondersteuning (bv. vergaderlokalen voorzien).

Welke rol kies je best?


Investeren in participatie is nuttig op elk niveau. Niet iedere jongere wil op hetzelfde niveau participeren. De ene jongere wil enkel geïnformeerd worden, de andere wil een bepaalde verantwoordelijkheid opnemen. Bepaal eerst wat je wil bereiken, dan pas de vorm en rol van jongeren.


Hoe meer inspraak hoe beter?


Toch niet altijd. Kies voor een haalbare en goed afgelijnde rol. Activerende rollen, zoals coproducent, (mede)beslisser en organisator vragen een intensievere opvolging. Als hier geen middelen voor zijn (tijd, geld, personeel …), leidt dit vaak tot frustratie en kan je beter voor een minder intensieve rol kiezen. De ene rol is niet beter dan de andere.


Wat wel belangrijk is, is duidelijkheid over de rol. Stem verwachtingen af en geef heldere projectgrenzen aan. Op die manier hebben jongeren de vrijheid om binnen hun rol en de projectgrenzen volledig hun ding te doen. Als het voor de jongere niet duidelijk is wat hun rol is, botst je wellicht op weerstand (doorkliklink valkuilen van jongerenparticipatie). Laat jongeren nooit in de illusie dat ze alles in handen hebben, wanneer dit niet zo is


8 weergaven
bottom of page